LANG ZULLEN WE WONEN, MAAR HOE?

Volgens het artikel ´Laat ouderen goedkoper wonen´ in de Gelderlander van 11 juli 2014 (http://www.gelderlander.nl/algemeen/binnenland/ouderenbond-wil-meer-seniorenhuizen-1.4444015) moeten er tot 2021 elk jaar 45.000 geschikte woningen bij komen om ouderen zo lang mogelijk thuis te laten blijven wonen.

Enerzijds is dit op te lossen door verzorgingshuizen die met leegstand te maken krijgen om te bouwen tot seniorenwoningen, waar eventueel zorg op maat kan worden geleverd. De Verhuurdersheffing die zorginstellingen en woningcorporaties nu moeten betalen zal dan echter fors omlaag moeten om de huurprijzen betaalbaar te maken. Anderzijds zullen bestaande woningen van particulieren aangepast moeten worden, zie het artikel ´Lang zullen we wonen, maar hoe?´ van Wilma de Cort in de Gelderlander van 11 juli 2014.

Senioren van nu zijn liever niet bezig met het seniorproof maken van hun huis, ondanks de campagnes die op meerdere plekken worden gestart. Volgens dhr. Vermeulen van de Nationale Woonduurverlenger is het van groter belang te investeren in een grote vrienden- en kennissenkring dan in preventieve aanpassingen aan het huis. Uiteraard is het hebben van een groot sociaal netwerk van ouderen van groot belang. Zij zullen in de toekomst, wanneer er gebreken optreden voor een groot deel afhankelijk zijn van mantelzorgers om zo langer thuis te kunnen blijven wonen. De aanpassingen in huis waar Dhr. Vermeulen het over heeft zijn relatief kleine aanpassingen in de woning, als een traplift. Dit type aanpassingen kunnen bij behoefte vrij snel gerealiseerd worden. Anderen zijn echter van mening dat het wel degelijk van belang is de woning preventief aan te passen, maar op een zodanige, duurzame manier zodat de bewoner hier direct extra woongenot van ervaart. Bij een groot aantal eigen woningen (59 procent van de vijftigplussers heeft een koophuis) kan de plattegrond op een slimme en vaak eenvoudige wijze worden aangepast/uitgebreid zodat ook functies als slapen en persoonlijke verzorging (natte cel) in de toekomst op de begane grond gesitueerd zijn. Door dit op een flexibele wijze te realiseren zijn deze ruimtes in de gezonde jaren van de bewoner te gebruiken als tuinkamer, atelier, studieruimte, een extra vergrote woonkamer, etc. Ofwel het wooncomfort wordt direct vergroot en de bewoner heeft vele jaren plezier van zijn verbeterde woning. In het geval van optreden van gebreken kan de bewoner zonder problemen in zijn eigen huis blijven wonen, en is er wanneer nodig zelfs ruimte gecreëerd op de verdieping voor mantelzorgers.

Ook voorzieningen in de buurt zijn van groot belang, zo geeft ook dhr. de Kam (hoogleraar en deskundig in ouderenhuisvesting) aan in dit artikel in de Gelderlander. Zoals een steunpunt waar ouderen advies krijgen, met elkaar kunnen eten, elkaar kunnen ontmoeten, etc. Temeer omdat in 2030 dementie doodsoorzaak nummer één zal zijn. Ruim 70 procent van de ouderen met dementie woont nu al zelfstandig. Naast zo´n steunpunt is daarom ook de veiligheid en toegankelijkheid van de wijk van belang. Er moeten voldoende oriëntatiepunten zijn zodat dementeerden zelfstandig een wandeling kunnen maken, liefst met ontmoetingsplekken. Ook moet de wijk goed toegankelijk zijn met het openbaar vervoer. Om deze doelgroep actief deel uit te laten maken van de buurt zullen wijken dementievriendelijk moeten worden aangepast.

Er zullen aanpassingen op meerdere schalen moeten komen, op wijk- en woningniveau. Door het dementievriendelijk maken van de wijk kunnen ouderen actiever deel uitmaken van de maatschappij, wat weer positieve effecten op de gezondheid heeft. Door het preventief aanpassen van de eigen woning op een duurzame wijze heeft men direct meer woonplezier- en comfort (o.a. door verbeterd binnenklimaat) en lagere energiekosten. Het preventief aanpassen van de woning moet dus niet alléén gericht zijn op het later zelfstandig wonen met gebreken, maar ook op het wooncomfort en woongenot nú.